ECLI:NL:RBAMS:2012:BW4305
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt dat ICL-IP Europe B.V. overeenkomst nakomt en geen dwangsommen verbeurt
De zaak betreft een geschil tussen ICL-IP Europe B.V. en Potasse & Produits Chimiques S.A.S. (PPC) over de nakoming van een overeenkomst tot levering van elementair broom. PPC stelde dat ICL-IP tekort was geschoten en vorderde betaling van dwangsommen opgelegd bij een vonnis van de voorzieningenrechter te ’s-Gravenhage. ICL betwistte dit en verwees naar een arbitraal vonnis waarin werd vastgesteld dat zij conform de overeenkomst had geleverd.
De rechtbank overwoog dat de rechtsbetrekking in de arbitrage en deze procedure dezelfde is en dat het arbitraal vonnis gezag van gewijsde heeft. Dit arbitraal vonnis wees de vordering van PPC af dat ICL-IP tekort was geschoten. De rechtbank concludeerde dat daarmee bindend vaststaat dat ICL-IP de overeenkomst is nagekomen en dus geen dwangsommen heeft verbeurd.
PPC voerde aan dat de intrekking van haar vordering in arbitrage niet gelijk staat aan erkenning van naleving, maar de rechtbank verwierp dit. Ook de stelling dat de dwangsommen losstaan van de overeenkomst werd niet gevolgd. De rechtbank veroordeelde PPC tot het staken van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 28 mei 2008 en tot afgifte van een bankgarantie.
Ten slotte werd PPC veroordeeld in de proceskosten, zowel in conventie als in reconventie. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2012.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat ICL-IP Europe B.V. de overeenkomst nakomt en geen dwangsommen heeft verbeurd, en veroordeelt PPC tot staken van tenuitvoerlegging en afgifte van bankgarantie.