ECLI:NL:RBAMS:2012:BW1228
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid ontbinding koopovereenkomst en pauliana bij derdenbeslag
De zaak betreft een geschil over een koopovereenkomst van een appartementsrecht en de gevolgen van een conservatoir derdenbeslag. [B] sloot in 2005 een koopovereenkomst met Jeph Vastgoed Ontwikkeling B.V. voor een appartementsrecht, welke koopovereenkomst later werd ontbonden wegens wanprestatie van Jeph. Vervolgens sloot [B] in 2010 een nieuwe koopovereenkomst met [C], die het appartementsrecht daadwerkelijk leverde.
[A] B.V. had conservatoir derdenbeslag gelegd op gelden die [B] onder zich had ten behoeve van Jeph en stelde dat [B] paulianeus had gehandeld door de oorspronkelijke koopovereenkomst te ontbinden en het appartementsrecht van [C] te kopen, waardoor [A] B.V. werd benadeeld in haar verhaalsmogelijkheden. [B] voerde verweer dat het beslag niet tot niet-ontvankelijkheid leidde en dat hij bevoegd was de koopovereenkomst te ontbinden omdat Jeph nooit eigenaar werd en niet kon leveren.
De rechtbank oordeelde dat het beslag en de dagvaarding niet tot niet-ontvankelijkheid leidden. Tevens werd vastgesteld dat de derde-beslagene ([B]) als schuldenaar in de zin van artikel 3:45 BW Pro kan worden aangemerkt. Echter, omdat Jeph nooit eigenaar werd en niet leverde, was de ontbinding van de koopovereenkomst rechtsgeldig en was er geen benadeling van [A] B.V. door paulianeus handelen. De vordering van [A] B.V. werd daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt [A] B.V. in de proceskosten.