ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0621
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Overdracht honorariumomzetplafond bij vertrek specialisten uit zelfstandig behandelcentrum
Eisers, zelfstandig medisch specialisten, werkten binnen het zelfstandig behandelcentrum (ZBC) van gedaagde, die hen faciliteerde met werkruimte, personeel en administratie. Door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) werd aan het ZBC van gedaagde een honorariumomzetplafond toegekend, gebaseerd op de omzet mede gerealiseerd door eisers in 2011. Eind 2011 richtten eisers een eigen ZBC op en vorderden dat gedaagde een deel van het aan haar toegekende honorariumomzetplafond overdraagt, noodzakelijk voor het sluiten van zorgverzekeringscontracten.
De rechtbank oordeelde dat het honorariumomzetplafond formeel aan het behandelcentrum toekomt en niet aan individuele behandelaars, maar vanwege de bijzondere omstandigheden een uitzondering geldt. Eisers hadden het recht de samenwerking te beëindigen en waren vanaf november 2011 zelfstandig, maar nog niet als zodanig erkend voor het honorariumplafond. De rechtbank baseerde zich op artikel 6:248 BW Pro (redelijkheid en billijkheid) om gedaagde te verplichten mee te werken aan de overdracht.
De voorzieningenrechter stelde dat de overdracht noodzakelijk is voor het nieuwe centrum van eisers om met zorgverzekeraars overeenkomsten te sluiten. Gedaagde moet meewerken aan een verzoek aan de NZa voor vrijwillige overdracht van het deel van het honorariumplafond dat aan eisers toekomt. Tevens werd overwogen dat eisers de kosten moeten dragen die gedaagde maakt door het vertrek van eisers, bijvoorbeeld afvloeiingskosten van personeel. De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan overdracht van een deel van het honorariumomzetplafond aan eisers.