ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0575
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst na onterecht ontslag op staande voet en weigering tot normale werkhervatting
De werknemer was sinds oktober 2001 in dienst bij de werkgever, laatstelijk als medewerker met een bruto maandsalaris van €2.247,95 exclusief vakantietoeslag. Op 4 april 2011 werd de werknemer op staande voet ontslagen wegens beschuldiging van diefstal, maar dit ontslag werd in kort geding en bodemprocedure door de rechter niet erkend, waarbij de arbeidsovereenkomst werd voortgezet en loonbetaling werd toegewezen.
De werkgever trok een voorwaardelijk ontbindingsverzoek in november 2011 in nadat een vergoeding van €36.400 was toegekend. Vervolgens werd de werknemer opnieuw op staande voet ontslagen op 9 januari 2012 wegens het niet verschijnen op het werk, terwijl de werknemer zich ziek had gemeld na een conflict en beschuldigingen van diefstal bleven bestaan. De werknemer verzocht onvoorwaardelijk om ontbinding van de arbeidsovereenkomst en een vergoeding, stellende dat de werkgever geen normale werkhervatting mogelijk maakte en loonbetalingen achterwege liet.
De kantonrechter oordeelde dat het vertrouwen tussen partijen definitief was verdwenen en ontbond de arbeidsovereenkomst met ingang van 10 februari 2012. Het tweede ontslag op staande voet werd niet rechtsgeldig geacht, omdat de werkgever onvoldoende concrete maatregelen nam om werkhervatting mogelijk te maken en volhardde in beschuldigingen. De werknemer kreeg een vergoeding van €40.000 toegekend, uitvoerbaar bij voorraad, en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 10 februari 2012 en de werknemer ontvangt een vergoeding van €40.000.