ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9401
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering op grond van artikel 12 Overleveringswet wegens ontbreken ondubbelzinnige garantie rechtsmiddel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 13 maart 2012 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Bulgarije op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon was bij verstek veroordeeld zonder dat hij in persoon was gedagvaard of op de hoogte was gesteld van de zitting. De verdediging voerde aan dat de overlevering moest worden geweigerd op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW), omdat geen ondubbelzinnige garantie was verstrekt dat de opgeëiste persoon na overlevering een rechtsmiddel kan instellen.
De Bulgaarse autoriteiten hadden een algemene garantie verstrekt, verwijzend naar artikel 423 van Pro hun Wetboek van Strafvordering, maar de rechtbank oordeelde dat deze garantie onvoldoende specifiek en ondubbelzinnig was. De rechtbank stelde vast dat het EAB strekte tot tenuitvoerlegging van een verstekvonnis zonder dat aan de voorwaarden van artikel 12, aanhef en onder a tot en met c, OLW was voldaan. De vereiste specifieke garanties zoals bedoeld in artikel 12, aanhef en onder d, OLW ontbraken.
De rechtbank concludeerde dat de overlevering geweigerd moest worden omdat de Bulgaarse justitiële autoriteiten geen toereikende garantie hadden gegeven dat de opgeëiste persoon na overlevering onverwijld in persoon zal worden geïnformeerd over zijn rechten en de termijn voor het instellen van rechtsmiddelen. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering wegens het ontbreken van een ondubbelzinnige garantie dat de opgeëiste persoon na overlevering een rechtsmiddel kan instellen.