ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9399
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overlevering wegens verstekvonnis zonder correcte betekening volgens artikel 12 OLW
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse rechtbank. De verdachte was veroordeeld bij verstek en verbleef in Nederland. De verdediging voerde aan dat de verdachte niet in persoon was gedagvaard en daarom overlevering moest worden geweigerd op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW).
De officier van justitie stelde dat de betekening volgens Pools recht correct was, onder verwijzing naar eerdere jurisprudentie en Poolse justitiële verklaringen. Echter bleek uit de stukken dat de dagvaarding niet in persoon was uitgereikt, maar via het laatst bekende adres, zonder dat een gemachtigde advocaat ter terechtzitting zijn verdediging voerde of dat de verdachte uitdrukkelijk afstand had gedaan van zijn rechten.
De rechtbank oordeelde dat de situatie niet gelijkgesteld kon worden aan een betekening in persoon en dat geen van de uitzonderingen in artikel 12 OLW Pro van toepassing was. Hierdoor stond de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro aan de overlevering in de weg. De rechtbank besloot daarom de overlevering te weigeren en wees op het ontbreken van een rechtsmiddel tegen deze beslissing.
Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering van de verdachte aan Polen wegens het ontbreken van een correcte betekening en toepassing van artikel 12 OLW.