ECLI:NL:RBAMS:2012:BV8490
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.A. Krenning
- N.J. Koene
- H.M. van Niftrik
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering wegens effectenfraude en witwassen na toetsing identiteit, dubbele strafbaarheid en verjaring
De rechtbank Amsterdam behandelde het uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten tegen een verdachte geboren in 1956, die verdacht wordt van onder meer medeplegen van effectenfraude, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. De verdediging voerde aan dat de identiteit van de verdachte niet vaststaat, dat er geen dubbele strafbaarheid is, dat de stukken niet genoegzaam zijn, dat een deel van de feiten verjaard is en dat het ne bis in idem-beginsel wordt geschonden.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de verdachte voldoende is vastgesteld aan de hand van fotovergelijking en eigen verklaring. De feiten zijn naar Nederlands recht strafbaar en voldoen aan het vereiste van dubbele strafbaarheid. De stukken bevatten een voldoende uiteenzetting van de betrokkenheid van de verdachte, waaronder affidavits die de basis van het bewijs schetsen. De rechtbank oordeelde dat de verjaring is gestuit door een Criminal indictment van 25 maart 2009, waardoor alleen feiten begaan vóór 25 maart 1997 verjaard zijn.
Het ne bis in idem-verweer werd verworpen omdat het opgelegde verbod van de SEC een civielrechtelijke sanctie betreft en geen strafrechtelijke beslissing. De rechtbank verklaarde de uitlevering toelaatbaar voor de feiten gepleegd na 25 maart 1997 en niet toelaatbaar voor de feiten 1, 10 en 14 voor zover gepleegd vóór die datum.
Uitkomst: Uitlevering toelaatbaar voor feiten na 25 maart 1997, niet toelaatbaar voor oudere feiten wegens verjaring.