ECLI:NL:RBAMS:2012:BV6819
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage en laattijdige erkenning
Eiser ontving kinderbijslag voor zijn dochter die in Suriname woont. Verweerder trok het recht op kinderbijslag in over de periode vierde kwartaal 2009 tot en met vierde kwartaal 2010 omdat eiser niet kon aantonen dat hij minimaal €408 per kwartaal aan onderhoud had bijgedragen.
Eiser erkende zijn tweede dochter pas in februari 2011, terwijl deze erkenning dateert van juli 2009. De rechtbank oordeelt dat eiser zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door deze erkenning niet tijdig te melden. De onderhoudsbijdrage die eiser betaalde, moet gelijkelijk worden verdeeld over beide dochters, conform jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
Eiser slaagde er niet in betalingsbewijzen te overleggen waaruit blijkt dat hij het vereiste bedrag van €816 per kwartaal voor beide dochters heeft betaald. Verweerder heeft het recht op kinderbijslag terecht ingetrokken. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking van kinderbijslag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende onderhoudsbijdrage en laattijdige melding van erkenning.