ECLI:NL:RBAMS:2012:BV6450
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verstekvonnis
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Regional Court in Bielsko-Biala, Polen. De overlevering betrof meerdere onherroepelijke vonnissen met gevangenisstraffen die nog niet geheel waren uitgezeten.
De verdediging voerde aan dat overlevering geweigerd moest worden voor het vonnis II K 88/06 omdat de verdachte bij verstek was veroordeeld en niet persoonlijk was gedagvaard, aangezien de dagvaarding aan zijn grootmoeder was uitgereikt. De Poolse autoriteiten stelden echter dat deze betekening gelijk stond aan persoonlijke dagvaarding volgens Pools recht.
Na onderzoek en het stellen van nadere vragen aan de Poolse justitiële autoriteiten concludeerde de rechtbank dat de dagvaarding naar Pools recht als persoonlijk moest worden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat dit voldeed aan de vereisten van artikel 12 van Pro de Overleveringswet en artikel 4 bis Pro van het Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel, waardoor de overlevering ook voor dit vonnis kon worden toegestaan.
De rechtbank besloot derhalve de overlevering van de verdachte toe te staan voor de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraffen, waarbij geen weigeringsgronden aanwezig waren. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe ondanks het verstekvonnis.