ECLI:NL:RBAMS:2012:BV6356
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot ontruiming woning wegens beëindigde huisbewaring
Stadgenoot, verhuurder van een woning te Amsterdam, vordert in kort geding ontruiming van de woning door de huisbewaarder nadat de huisbewaringstermijn was verstreken en de huurders de huurovereenkomst hadden opgezegd.
De huisbewaringsovereenkomst werd gekwalificeerd als een driepartijenovereenkomst waarbij de huisbewaarder tijdelijk met toestemming van de verhuurder de woning mag gebruiken, maar zonder de rechtsgevolgen van onderhuur volgens artikel 7:269 BW Pro. De huisbewaring was beperkt tot maximaal één jaar, waarna de huurder moest terugkeren of de huur beëindigen.
De huisbewaarder betoogde dat sprake was van onderhuur of medehuur, maar dit werd verworpen wegens het ontbreken van een duurzame gemeenschappelijke huishouding en het feit dat de huurders al waren vertrokken. Ook het beroep op reflexwerking van artikel 287b Faillissementswet faalde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Stadgenoot een spoedeisend belang had bij ontruiming en dat de huisbewaarder zonder recht of titel in de woning verbleef na het einde van de huisbewaring. De vordering tot ontruiming en betaling van huur na 1 januari 2012 werd toegewezen met een termijn van vier weken voor ontruiming. De huisbewaarder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en betaling van huurpenningen wordt toegewezen met een termijn van vier weken voor ontruiming.