ECLI:NL:RBAMS:2012:BV3838
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid motorfiets en fiets bij verkeersongeval met letselschade
Op 31 mei 2009 vond een verkeersongeval plaats op een smalle buitenweg waarbij een motorrijdster [B] een groep fietsers wilde inhalen, waaronder [A] die met haar dochters fietste. Tijdens de inhaalmanoeuvre viel [A] met haar fiets, mogelijk door een schrikreactie, en kwam met haar hoofd tegen de motorfiets aan, wat leidde tot ernstig letsel.
De rechtbank beoordeelde de aansprakelijkheid op grond van artikel 185 Wegenverkeerswet Pro en Burgerlijk Wetboek artikel 6:162. Delta Lloyd, als verzekeraar van de motorrijdster, stelde zich op het standpunt dat sprake was van overmacht en dat [A] eigen schuld had vanwege haar val. De rechtbank oordeelde dat de motorrijdster onvoldoende afstand hield bij het inhalen en dat het ongeval mede door het gedrag van beide partijen was veroorzaakt.
Uit de getuigenverklaringen, ongevallenanalyses en medische rapporten bleek dat het letsel van [A] zeer ernstig was en waarschijnlijk mede veroorzaakt door contact tussen haar hoofd en de motorfiets. De rechtbank wees het beroep op overmacht af en stelde de aansprakelijkheid op 70% voor Delta Lloyd cs. Ook werd een billijkheidscorrectie toegepast vanwege de ernst van het letsel en de omstandigheden van het ongeval.
De rechtbank veroordeelde Delta Lloyd en [B] hoofdelijk tot vergoeding van 70% van de schade van [A], inclusief proceskosten en rente, en wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Delta Lloyd cs zijn voor 70% aansprakelijk en veroordeeld tot vergoeding van de schade van [A].