ECLI:NL:RBAMS:2012:BV3797

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
13/845077-08 RK: 11/4660
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 591a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding juridische kosten na opportuniteitssepot directeur en aandeelhouder

Verzoeker, directeur en aandeelhouder van [X] B.V., verzocht om vergoeding van gemaakte juridische kosten na onvoorwaardelijke sepot van zijn strafzaak. De strafzaak tegen de vennootschap eindigde met een transactie van € 6.000,-. De officier van justitie lichtte toe dat het sepot tegen verzoeker plaatsvond om opportuniteitsredenen.

De rechtbank overwoog dat een onvoorwaardelijk sepot een einde zaak vormt in de zin van artikel 591a Sv, maar dat vergoeding van kosten slechts kan worden toegekend indien billijkheid dit vereist. Gezien de verwevenheid van de zaken en de summiere betrokkenheid van verzoeker bij de vennootschap, achtte de rechtbank het niet billijk om vergoeding toe te kennen.

Het verzoek werd daarom afgewezen. Verzoeker kon tegen deze beschikking binnen een maand hoger beroep instellen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door rechter A.J. Wesdorp op 1 februari 2012.

Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van juridische kosten wordt afgewezen vanwege opportuniteitssepot.

Uitspraak

Parketnummer: 13/845077-08
RK: 11/4660
BESCHIKKING
Op het verzoek ex artikel 89 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [1956],
wonende op het adres [adres] te [woonplaats],
te dezen woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman,
mr. W. de Vries, Weteringschans 237, 1017 XH te Amsterdam,
verder te noemen: verzoeker.
Procesgang
Het verzoek is op 21 juli 2011 ter griffie van deze rechtbank ingekomen.
De rechtbank heeft op 18 januari 2012 de raadsman van verzoeker en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord.
Verzoeker is, hoewel daartoe rechtsgeldig opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
Inhoud van het verzoekschrift
Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding ten bedrage van
€ 14.023,58 (exclusief BTW) voor de kosten van de raadsman en € 540,- voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift.
Beoordeling
Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.
De officier van justitie heeft bij brief van 22 april 2011 beslist dat de strafzaak tegen verzoeker onvoorwaardelijk is geseponeerd.
De officier van justitie heeft verklaard zich te ver¬zetten tegen het toekennen van de vergoe¬ding voor kosten van de raadsman voor zover deze ziet op de facturen 1 tot en met 6, nu deze facturen aan [X] B.V. zijn gefactureerd. De strafzaak tegen [X] B.V., waar verzoeker directeur en groot aandeelhouder van is, is niet geëindigd zonder oplegging van straf op maatregel. Die strafzaak is geëindigd door oplegging van een transactie van € 6.000,-. De officier van justitie verzet zich tevens tegen toekenning van de vergoe¬ding voor kosten van de raadsman voor zover deze ziet op factuur 7. De officier van justitie meent dat een kostenvergoeding niet billijk is, nu de zaak tegen verzoeker om opportuniteitsredenen is geseponeerd. De officier van justitie heeft ter onderbouwing van haar standpunten aangevoerd hetgeen staat vermeld in haar in raadkamer overgelegde aantekeningen.
In raadkamer heeft de raadsman ter aanvulling op het verzoekschrift aangevoerd – kort samengevat – dat de werkzaamheden die ten grondslag hebben gelegen aan de facturen die op naam van [X] B.V. zijn ingediend zich met name hebben gefocussed op de persoon van verzoeker. Dit standpunt wordt onderbouwd door de bij deze facturen overgelegde urenspecificaties. Subsidiair stelt verzoeker dat hij voor 50% aandeelhouder is van [X] B.V. en om die reden recht heeft op een vergoeding van 50% van de kosten van de raadsman.
De rechtbank overweegt als volgt.
De strafzaak tegen verzoeker is op 22 april 2011onvoorwaardelijk geseponeerd. Een onvoorwaardelijk sepot dient te worden aangemerkt als een ‘einde zaak’ in de zin van artikel 591a Sv.
Het verzoek is derhalve tijdig ingediend.
De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat verzoeker, samen met verzoekster [verzoekster], als de enige directeur en groot aandeelhouder verbonden is aan [X] B.V. is. De zaken tegen verzoeker en [X] zijn dan ook verweven.
Voorts kan de rechtbank, indien zij daar gronden van billijkheid voor aanwezig acht, een vergoeding toekennen voor de kosten van de raadsman.
De strafzaak tegen [X] B.V. niet geëindigd zonder oplegging van straf op maatregel. Die strafzaak is geëindigd door oplegging van een transactie van € 6.000,-. Uit de zich in het dossier bevindende stukken en op voornoemde betrokkenheid van verzoeker als directeur en groot aandeelhouder, blijkt in ieder geval summier van enige feitelijke betrokkenheid van verzoeker bij de uitvoeringshandelingen van [X] B.V. Daar komt bij dat de officier van justitie in raadkamer heeft toegelicht dat de strafzaak tegen verzoeker is geseponeerd om redenen van opportuniteit. De rechtbank acht het toekennen van een vergoeding van door verzoeker gemaakte juridische kosten dan ook niet billijk en zal het verzoek afwijzen.
De rechtbank komt tot de volgende beslissing.
Beslissing
Wijst het verzoek AF.
Deze beslissing is gegeven op 1 februari 2012 en in het openbaar uitgesproken door
mr. A.J. Wesdorp, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.
Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beschikking.