ECLI:NL:RBAMS:2012:BV3606
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen gekwalificeerde doodslag en brandstichting met levensgevaar
Op 7 en 8 december 2009 heeft verdachte samen met anderen een overval gepleegd in een woning te [plaats], waarbij het slachtoffer werd gewurgd en de woning in brand werd gestoken om sporen te wissen. De rechtbank acht bewezen dat verdachte medepleegde aan gekwalificeerde doodslag en opzettelijke brandstichting met gevaar voor goederen en levensgevaar.
Het bewijs bestaat uit verklaringen van medeverdachten, getuigen, forensisch en pathologisch onderzoek. De verdachte hield het slachtoffer in een wurggreep en sprak uit dat hij hem zou doden. De brand werd aangestoken met benzine om sporen te vernietigen, waarbij ook de inboedel en omliggende woningen gevaar liepen.
De rechtbank oordeelt dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is, ondanks aanwijzingen voor antisociale persoonlijkheidskenmerken, omdat onvoldoende is vastgesteld dat sprake was van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens ten tijde van de feiten. Daarom wordt geen TBS-maatregel opgelegd.
De strafoplegging houdt rekening met de ernst van de feiten, de rol van verdachte, het leed van de nabestaande en eerdere geweldsveroordelingen. Verdachte wordt veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Tevens wordt een schadevergoeding van ruim €7.000 toegewezen aan de benadeelde partij.
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde moord, wegens onvoldoende bewijs van voorbedachten rade, maar acht medeplegen van gekwalificeerde doodslag bewezen. De brandstichting met gevaar voor levens en goederen wordt eveneens bewezen verklaard.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van gekwalificeerde doodslag en brandstichting met levensgevaar, zonder oplegging van TBS.