ECLI:NL:RBAMS:2012:BV2297
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt gerechtvaardigd belang ING bij verwerking persoonsgegevens in incidentenregister na frauduleuze transacties
Verzoeker [A] verzocht de rechtbank om ING te bevelen zijn persoonsgegevens te verwijderen uit het interne en externe incidentenregister, omdat hij ontkende betrokken te zijn bij frauduleuze transacties op zijn betaalrekening.
De rechtbank stelde vast dat op 4 en 5 mei 2011 meerdere pogingen tot geldopname werden gedaan met de betaalpas en pincode van [A], na een frauduleuze bijschrijving van EUR 1.750,00 afkomstig van een derde. ING blokkeerde de betaalrekening en betaalpas vanwege verdachte transacties. [A] deed aangifte van vermissing van zijn betaalpas, maar gaf geen plausibele verklaring voor de frauduleuze transacties.
ING voerde aan dat de omstandigheden voldeden aan het profiel van een 'money mule' zaak, waarbij rekeninghouders hun betaalmiddelen ter beschikking stellen aan fraudeurs. De rechtbank vond de ontkenning van [A] onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat ING een gerechtvaardigd belang had bij opname van de persoonsgegevens in de incidentenregisters ter bescherming van de integriteit van de financiële sector.
De proportionaliteitstoets werd doorstaan omdat het belang van ING prevaleerde boven het belang van [A], ondanks de mogelijke nadelige gevolgen voor hem. Het verzoek tot verwijdering van de persoonsgegevens werd afgewezen en [A] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot verwijdering persoonsgegevens uit incidentenregisters door ING afgewezen wegens gerechtvaardigd belang en proportionaliteit.