ECLI:NL:RBAMS:2012:BV1540
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst met vergoeding wegens onzorgvuldige beëindiging na bedrijfsovername
De werknemer was sinds 1993 in dienst bij een automatenhal/winkel en het bedrijf werd in 2011 verkocht aan een nieuwe eigenaar. De arbeidsovereenkomst werd op 27 april 2011 met wederzijds goedvinden beëindigd, maar de werknemer stelde dat hij onder druk was gezet en de consequenties niet kon overzien.
De werknemer maakte bezwaar tegen de beëindiging en startte een procedure tegen zowel de voormalige werkgever als de nieuwe eigenaar, waarbij hij onder meer de nietigheid van de vaststellingsovereenkomst vorderde en doorbetaling van salaris eiste. De kantonrechter oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst nietig was en dat de arbeidsovereenkomst was overgegaan op de nieuwe eigenaar.
De nieuwe eigenaar verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen en wantrouwen, maar kon dit onvoldoende onderbouwen. De werknemer verzocht zelf ook om ontbinding vanwege het wantrouwen dat de nieuwe eigenaar jegens hem had geuit.
De kantonrechter wees het verzoek van de nieuwe eigenaar af en ontbond de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer met ingang van 1 februari 2012. Tevens werd een bruto vergoeding van €55.000 toegekend aan de werknemer vanwege de onzorgvuldige wijze van beëindiging en de gevolgen daarvan voor de werknemer, mede gezien zijn leeftijd en geringe arbeidsmarktkansen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 februari 2012 en aan de werknemer wordt een bruto vergoeding van €55.000 toegekend wegens onzorgvuldige beëindiging.