ECLI:NL:RBAMS:2012:BV0796
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Bijleveld
- Rechtspraak.nl
Compensatie bij vertraging aansluitende vluchten volgens Sturgeon-arrest
Eisers hebben een retourvlucht geboekt van Amsterdam naar Havanna met een overstap in Madrid. Door een vertraging van minder dan drie uur op de eerste vlucht hebben zij de aansluitende vlucht naar Amsterdam gemist, waardoor de totale vertraging op de eindbestemming Amsterdam 3,5 uur bedroeg.
Eisers vorderen compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004, waarbij zij zich beroepen op het Sturgeon-arrest van het HvJ EU dat bepaalt dat passagiers bij een vertraging van drie uur of meer op de eindbestemming recht hebben op compensatie. Iberia betwistte dat sprake was van een vertraging van drie uur of meer per vlucht afzonderlijk en voerde overmacht aan wegens congestie in het luchtverkeer.
De rechtbank oordeelt dat bij aansluitende vluchten de totale vertraging op de eindbestemming bepalend is en dat eisers recht hebben op compensatie. Het beroep op overmacht is onvoldoende onderbouwd en wordt verworpen. De compensatie wordt conform de Verordening met 50% verlaagd vanwege de aangeboden vervangende vlucht. De gevorderde incassokosten worden afgewezen. Iberia wordt veroordeeld tot betaling van €300 per passagier, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding.
Uitkomst: Iberia wordt veroordeeld tot betaling van €300 per passagier wegens vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming.