ECLI:NL:RBAMS:2012:9207
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- A.A.M. van Oosten
- H.J. Tijselink
- C.M. Degenaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in strafzaak wegens vermeende partijdigheid
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de leden van de rechtbank Rotterdam die hun strafzaken behandelden, stellende dat de rechters partijdig zouden zijn vanwege beslissingen die hun verdediging zouden belemmeren, met name omtrent het beluisteren van tapgesprekken en de aanwezigheid van een verdachte ter zitting.
De rechtbank overwoog dat een wrakingsverzoek niet bedoeld is om onwelgevallige rechterlijke beslissingen aan te vechten, maar slechts om te toetsen of er feiten of omstandigheden zijn die de onpartijdigheid van de rechters aantasten. De rechters werden vermoed onpartijdig tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit tegendeel bewezen.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker 1 voldoende gelegenheid had gehad om de tapgesprekken te beluisteren en dat verzoeker 2 niet aantoonde dat hij alles had gedaan om zijn aanwezigheid te realiseren. De beslissingen van de rechters waren niet onbegrijpelijk of ingegeven door vooringenomenheid.
Daarom werden de wrakingsverzoeken afgewezen en werd de strafzaak hervat in de stand van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen voorziening open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en de strafzaak wordt hervat.