ECLI:NL:RBAMS:2012:9205

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 november 2012
Publicatiedatum
28 november 2013
Zaaknummer
HA RK 12-434
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 513 SvArt. 515 lid 4 SvArt. 515 lid 5 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek politierechter wegens gebrek aan feiten voor vooringenomenheid

Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de politierechter die hun strafzaken behandelt. Het verzoek bevatte geen concrete feiten of omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de rechter of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kon worden afgeleid.

De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk was en dat herstel van de gebreken niet mogelijk was. De mondelinge behandeling van het verzoek werd achterwege gelaten.

Daarnaast werd vastgesteld dat verzoekers hun bevoegdheid tot het indienen van wrakingsverzoeken hadden misbruikt. Op grond daarvan werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaken niet in behandeling zal worden genomen. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en vervolgverzoeken uitgesloten wegens misbruik van recht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beschikking op het onder rekestnummer HA RK 12-434 ingeschreven verzoek tot wraking van:
1. [verzoeker 1],
2. [verzoeker 2],
verzoekers,
beiden wonende te [woonplaats].

1.De procedure

1.1
Bij de rechtbank Amsterdam, sector strafzaken, is een strafzaak tegen verzoekers aanhangig (parketnummers 13/850087-12 en 13/850088-12). Verzoekers zijn gedagvaard te verschijnen op vrijdag 16 november 2012 ter terechtzitting van de politierechter te Amsterdam.
1.2
Op 16 november is door de rechtbank een verzoek tot wraking (hierna: het verzoek) ontvangen met de navolgende tekst: “De politierechter die de zaak met Parket nr 13/850087-12 [verzoeker 1] en 88-12 [verzoeker 2] wenst te behandelen wordt bij deze gewraakt !!”
1.3
Het verzoek is door de politierechter in handen van de wrakingskamer gesteld.

2.Het verzoek

Het verzoek is gericht tegen de politierechter die de strafzaken van verzoekers in behandeling heeft.

3. De beoordeling

3.1
Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
3.2
Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2
Uit de wet (artt. 512 en 513 van het Wetboek van strafvordering) en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen.
3.3
Het onderhavige verzoek bevat geen feiten of omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de politierechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, zijn af te leiden. Bij gebreke daarvan is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
3.4
Het verzoek voldoet niet aan de wet. Herstel van de gebreken is niet mogelijk. De mondelinge behandeling van het kennelijk niet-ontvankelijke verzoek kan daarom achterwege blijven.
3.5
De wrakingskamer is, gezien hetgeen is overwogen onder 3.3 en 3.4, van oordeel dat verzoekers de bevoegdheid wrakingsverzoeken in te dienen hebben misbruikt. Daarom wordt tevens, op de voet van artikel 515 lid 4 van Pro het Wetboek van Strafvordering, bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekers in de onderhavige zaken niet in behandeling wordt genomen.
4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De wrakingskamer:
 verklaart verzoekers niet ontvankelijk in hun verzoek tot wraking;
 bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in de onderhavige zaken niet in behandeling zal worden genomen.
Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort voorzitter, M.J. Diemer en C.L.J.M. de Waal, leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 november 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 515 lid 5 Sv Pro geen voorziening open.