ECLI:NL:RBAMS:2012:9185
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters familiekamer rechtbank Amsterdam in zaak over verhuizing minderjarige kinderen
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de familiekamer van de rechtbank Amsterdam, omdat hij meende dat de rechtbank onpartijdigheid had geschonden bij de behandeling van een zaak over het verzoek van de vrouw om met hun minderjarige kinderen naar Nederland te verhuizen.
De rechtbank had eerder de echtscheiding uitgesproken en het verzoek tot verhuizing naar Phoenix afgewezen, waarna de vrouw een aanvullend verzoek tot verhuizing naar Nederland had ingediend. Verzoeker stelde dat dit aanvullende verzoek niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard en dat er een nieuwe mondelinge behandeling had moeten plaatsvinden, waarbij ook de kinderen opnieuw gehoord hadden moeten worden.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechterlijke beslissingen binnen het rechterlijk domein vielen en dat er geen feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigden. De motivering van de rechtbank was voldoende en de vermeende voorlopige oordelen wezen niet op partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters van de familiekamer wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.