Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 20 juli 2011,
- de akte overlegging (aanvullende) producties van de Omroepen,
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 9 januari 2012,
- de conclusie na enquête tevens akte overlegging (aanvullende) producties van
- de antwoordconclusie na enquête van Castor,
- de rolbeslissing van 13 juni 2012 waarin pleidooi is toegestaan,
- het verkort proces-verbaal van pleidooi van 18 oktober 2012 en de daarin genoemde stukken.
2.De verdere beoordeling
om nieten dat deze overeenkomsten een looptijd kenden van 4 (vier) jaar. Ook hebben de Omroepen gesteld dat zij onvoldoende financiële middelen hadden om dergelijke overeenkomsten aan te gaan tegen marktconforme tarieven. Deze stellingen zijn juist.
om niet– nooit een bieding zou zijn voortgekomen die de Omroepen individueel of gezamenlijk hadden kunnen en willen betalen.
- griffierecht: EUR 4.938,00
- salaris advocaat: EUR 20.871,50 (6,5 x tarief EUR 3.211,00)
- getuigentaxe: