ECLI:NL:RBAMS:2011:BY1946
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kantonrechter niet-ontvankelijk wegens late indiening
Verzoeker, eisende partij in een civiele procedure over een betalingsvordering, diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die de zaak behandelde. Dit verzoek werd ingediend op 1 november 2011, terwijl de feiten die aanleiding gaven tot het verzoek reeds op 26 september 2011 bekend waren bij de gemachtigde van verzoeker.
De gronden voor wraking betroffen vermeende partijdigheid van de rechter, onder meer vanwege het niet toestaan van verweer over een reconventionele vordering, het bevelen van een kostbaar deskundigenonderzoek en het zelfstandig verhogen van een vordering. De rechter had echter gemotiveerd betwist dat sprake was van partijdigheid of de schijn daarvan.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, zoals vereist in artikel 37 lid 1 Rv Pro, en dat het beroep op beraad door de gemachtigde onvoldoende was om de late indiening te rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en kon daartegen geen voorziening worden getroffen.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kantonrechter is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.