ECLI:NL:RBAMS:2011:BY1930
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid rechter
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter van de meervoudige kamer in een strafzaak, stellende dat de rechter bij een getuigenverhoor een suggestieve vraag had gesteld die de verklaring van de getuige zou hebben gedenatureerd.
De rechtbank onderzocht het verzoek en stelde vast dat de rechter de verklaring van de getuige samenvatte en verzoekers in de gelegenheid stelde een eigen samenvatting te geven. De rechtbank oordeelde dat dit geen aanleiding gaf tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
Daarnaast werd het wrakingsverzoek mede ingegeven door het horen van getuigen ondanks protest van de raadslieden, maar ook dit werd door de rechtbank niet als onpartijdigheidsschending beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die een vermoeden van vooringenomenheid rechtvaardigden en wees het wrakingsverzoek af. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de meervoudige kamer wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.