ECLI:NL:RBAMS:2011:BY1928
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- N.C.H. Blankevoort
- R.H. de Vries
- M.A.H. van Dalen – van Bekkum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden Internationale Rechtshulp Kamer wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen leden van de Internationale Rechtshulp Kamer van de Rechtbank Amsterdam, stellende dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met zijn aanwezigheidsrecht en het recht op een behoorlijke verdediging, mede vanwege zijn opname in het ziekenhuis na een suïcidepoging.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om aanhouding van de behandeling van de procedure niet onbegrijpelijk was gemotiveerd en dat de raadsman voldoende tijd had gehad om de stukken met verzoeker te bespreken. De beslissing om het verzoek tot aanhouding af te wijzen, werd gezien als een procesbeslissing die geen aanleiding geeft tot twijfel aan de onpartijdigheid.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden zijn die de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de Internationale Rechtshulp Kamer wordt afgewezen vanwege het ontbreken van aanwijzingen voor rechterlijke partijdigheid.