ECLI:NL:RBAMS:2011:BW5339
Rechtbank Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis en gederfde inkomsten
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 89 en Pro 591a Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van schade geleden door onrechtmatige voorlopige hechtenis. De rechtbank heeft het verzoek behandeld waarbij verzoeker niet persoonlijk verscheen, maar vertegenwoordigd werd door zijn raadsvrouw. De strafzaak tegen verzoeker eindigde zonder oplegging van straf op 25 juni 2010.
Verzoeker vorderde een vergoeding van € 17.304,29, bestaande uit schade wegens onrechtmatige hechtenis, gederfde inkomsten en reiskosten voor bezoek en zitting. De officier van justitie verzette zich tegen de gederfde inkomsten en reiskosten voor bezoek, omdat verzoeker geen overplaatsing had aangevraagd naar een penitentiaire inrichting dichter bij huis.
De rechtbank oordeelde dat de detentie van verzoeker rechtstreeks heeft geleid tot het faillissement van zijn bedrijf, waardoor de gederfde inkomsten en reiskosten voor bezoek redelijkerwijs voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank wees het latere verzoek om verhoging van de vergoeding wegens gederfde inkomsten af omdat dit na de raadkamerbehandeling werd ingediend.
De rechtbank kende uiteindelijk een vergoeding toe van € 11.365,- voor onrechtmatige hechtenis, € 5.000,- voor gederfde inkomsten, € 939,29 voor reiskosten bezoek, € 121,46 voor reiskosten zitting en € 540,- voor kosten van het verzoekschrift. De beschikking werd op 17 februari 2011 uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank kent verzoeker een totale schadevergoeding van € 17.965,75 toe wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis, gederfde inkomsten en gemaakte reiskosten.