ECLI:NL:RBAMS:2011:BV2255
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig handelen door afnemen visa na beëindiging samenwerking pelgrimsreizen
De vennootschap onder firma Sondus vordert een verklaring voor recht dat het samenwerkingsverband met [A] is geëindigd en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van [A]. Het geschil betreft het aanvragen en afnemen van visa voor pelgrimsreizen naar Mekka, die aan Sondus waren toegekend maar door [A] werden gebruikt na beëindiging van hun samenwerking.
De rechtbank stelt vast dat het samenwerkingsverband onder een gezamenlijk organisatienummer bij de Saudische autoriteiten stond geregistreerd en dat na beëindiging partijen weer afzonderlijk hun eigen visa kunnen aanvragen. [A] heeft echter onder het organisatienummer van het voormalige samenwerkingsverband 370 visa aangevraagd, waaronder de 250 visa die aan Sondus waren toegekend.
De rechtbank oordeelt dat dit onrechtmatig is omdat [A] wist of behoorde te weten dat dit ten koste ging van Sondus. Sondus heeft onvoldoende aangetoond dat zij zelf direct de organisatie van pelgrimsreizen kon voortzetten, maar had aansluiting moeten zoeken bij een andere reisorganisatie, waardoor de winst gedeeld zou worden. De schade wordt vastgesteld op €93.500, vermeerderd met wettelijke rente. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: [A] is veroordeeld tot betaling van €93.500 schadevergoeding wegens onrechtmatig afnemen van visa na beëindiging samenwerking.