ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1746
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen besluit UWV over arbeidsongeschiktheid niet-ontvankelijk verklaard onterecht
Eiser maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 35%, waardoor een uitkering werd geweigerd. Het bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Eiser stelde dat hij eerder bezwaarschriften had ingediend en dat het bezwaar op 12 oktober 2010 was ingediend, maar pas op 15 oktober werd ontvangen.
De rechtbank stelde vast dat het bezwaar schriftelijk moest worden ingediend en dat de termijn voor het indienen van bezwaar liep van 2 september tot 13 oktober 2010. Hoewel het bezwaarschrift pas na de termijn werd ontvangen, bleek uit het telefoonregistratiesysteem van het UWV dat de echtgenote van eiser op de laatste dag van de termijn contact had opgenomen om te informeren naar de ontvangst van het bezwaar. Dit vormde objectief bewijs dat het bezwaar binnen de termijn was ingediend.
Hierdoor concludeerde de rechtbank dat eiser niet in verzuim was geweest bij het indienen van het bezwaar en dat het UWV het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard. Het bestreden besluit werd vernietigd en het UWV werd opgedragen binnen zes weken opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werd het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar van eiser werd terecht als tijdig beschouwd en het bestreden besluit vernietigd.