ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1080
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vrijstelling universitair tentamen strafrecht
Eiseres verzocht de examencommissie van de Universiteit van Amsterdam om vrijstelling voor het verplichte vak strafrecht, gebaseerd op een eerder behaald tentamen aan de Vrije Universiteit. De examencommissie wees dit verzoek af op grond van artikel 28, zesde lid, van de Onderwijs- en examenregeling (OER), omdat het tentamen niet vóór aanvang van de studie aan de UvA was behaald.
Eiseres stelde dat de examencommissie onterecht niet had gemotiveerd waarom zij bij het vak strafrecht afweek van eerdere verleende vrijstellingen voor vakken die na inschrijving aan de UvA waren behaald. Tevens stelde zij dat de kennis en vaardigheden uit het vak strafrecht aan de VU vergelijkbaar waren met die van de UvA. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd en daarmee in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank overwoog verder dat het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan door de examencommissie. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, hield de rechtsgevolgen in stand en veroordeelde verweerder in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit om geen vrijstelling voor het vak strafrecht te verlenen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.