ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1062
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en strafoplegging bij tenuitvoerlegging buitenlandse gevangenisstraf wegens diefstal met geweld
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot verlof voor tenuitvoerlegging in Nederland van een gevangenisstraf opgelegd door het Amtsgericht Friedberg in Duitsland. De veroordeelde, geboren in 1975 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, was eerder in Nederland en Duitsland in voorlopige hechtenis geweest en werd overgebracht naar Nederland voor de uitvoering van de straf.
De verdediging voerde aan dat het specialiteitsbeginsel was geschonden doordat de Duitse autoriteiten een vervangende gevangenisstraf hadden uitgevoerd die niet was meegenomen bij de tenuitvoerlegging, en dat deze periode in mindering gebracht moest worden. De officier van justitie stelde dat de Nederlandse exequaturrechter uit moest gaan van de juistheid van de buitenlandse tenuitvoerlegging, tenzij sprake was van flagrante miskenning van fundamentele rechten, wat niet aannemelijk was.
De rechtbank volgde het arrest van de Hoge Raad en oordeelde dat het vertrouwensbeginsel geldt voor de buitenlandse tenuitvoerlegging. De stelling van de verdediging was onvoldoende onderbouwd en de verklaring van de veroordeelde toonde aan dat hij op de hoogte was van de vervangende hechtenis. De tenuitvoerlegging werd daarom toelaatbaar verklaard.
Met betrekking tot de strafoplegging stelde de officier van justitie een gevangenisstraf van vijftien maanden voor, met aftrek van reeds doorgebrachte hechtenis. De verdediging vroeg om matiging vanwege de lichte aard van het geweld. De rechtbank legde een straf van tien maanden op, hoger dan gebruikelijk in Nederland vanwege de ernst en eerdere veroordelingen in Duitsland, maar lager dan de Duitse straf. De tijd in voorlopige hechtenis en tijdens overbrenging wordt in mindering gebracht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de tenuitvoerlegging toelaatbaar en legt een gevangenisstraf van tien maanden op met aftrek van reeds doorgebrachte hechtenis.