ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1054
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herhaaldelijk schenden inlichtingenplicht bij terugvordering bijstand
Eiser heeft bijstand ontvangen waarvan verweerder later de terugvordering heeft ingesteld wegens schending van de inlichtingenplicht over de periode van 1 augustus 2002 tot en met 30 april 2005. Verweerder stelde dat sprake was van herhaaldelijke schendingen over verschillende perioden, wat volgens artikel 6.3, vierde lid, van de Beleidsregels tot afwijzing van kwijtschelding leidt.
De rechtbank onderzocht de uitleg van deze beleidsregel en concludeerde dat herhaling alleen aan de orde is indien meerdere deelvorderingen zijn ontstaan door schendingen over verschillende perioden. In deze zaak is echter slechts één vordering ontstaan, ondanks dat eiser over dezelfde periode meerdere aspecten van de inlichtingenplicht heeft geschonden.
Verweerder heeft niet in overeenstemming met zijn eigen beleidsregels gehandeld door het verzoek om kwijtschelding af te wijzen op grond van vermeende herhaling. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen, waarbij de overige voorwaarden voor kwijtschelding moeten worden betrokken.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten en vergoedde het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste toepassing van beleidsregels over herhaaldelijk schenden van de inlichtingenplicht.