ECLI:NL:RBAMS:2011:BU9244
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M.C. van den Berg
- L. Biller
- N.K. Rozemond
- Rechtspraak.nl
Toestemming en gedeeltelijke weigering overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 oktober 2011 een vordering tot overlevering van een Duitse staatsburger op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Amtsgericht Nordhorn. Het EAB betrof een resterende vrijheidsstraf van 202 dagen, opgelegd voor drugshandel en aanverwante feiten.
De verdediging voerde aan dat het EAB onjuiste informatie bevatte over de vlucht uit een kliniek en dat de resterende straf onwaarschijnlijk was, aangezien de verdachte al sinds juni 2009 vastzat. De rechtbank oordeelde dat de latere Duitse beslissingen de onjuiste informatie aanvulden en dat het EAB nog steeds gebaseerd was op het vonnis van 5 januari 2010. Het verweer werd verworpen.
De rechtbank toetste de feiten aan het vereiste van dubbele strafbaarheid en stelde vast dat voor een deel van de feiten het Nederlandse strafmaximum onvoldoende was, waardoor overlevering daarvoor werd geweigerd. Voor het deel dat betrekking had op de aankoop van cocaïne en het feit onder punt 2 werd overlevering toegestaan.
De rechtbank besloot de overlevering toe te staan voor het gedeelte van de straf dat betrekking heeft op de cocaïnehandel en het feit onder punt 2, en te weigeren voor het gedeelte dat ziet op marihuana en het feit onder punt 1. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat gedeeltelijke overlevering toe voor cocaïnehandel en weigert overlevering voor feiten met onvoldoende strafmaximum in Nederland.