ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8485
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- G.H. Marcus
- M.W. van der Veen
- M.G. Tarlavski-Reurslag
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die betrokken was bij een civiele procedure tussen Stichting Woningstichting Eigen Haard en verzoeker. Het verzoek was gebaseerd op de stelling dat de rechter geen rekening had gehouden met een vermindering van de vordering, dat een kortgeding had plaatsgevonden waarin een conclusie van repliek was afgedaan, en dat de rechter op het moment van een briefwisseling al gewraakt was.
De wrakingskamer oordeelde dat de bezwaren tegen het tussenvonnis reeds in een eerder wrakingsverzoek waren beoordeeld en daarom niet opnieuw aan de orde konden worden gesteld. Tevens werd geoordeeld dat de vermeende onbekendheid van de rechter met het kortgeding niet relevant was voor de beslissing om de zaak naar de rol te verwijzen en dat dit geen aanwijzing vooringenomenheid opleverde.
De kamer benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid opleveren. Deze omstandigheden ontbraken in deze zaak. Het verzoek werd daarom ongegrond verklaard en de kamer bepaalde dat verdere wrakingsverzoeken van verzoeker in deze zaak niet in behandeling worden genomen vanwege misbruik van het wrakingsmiddel.
De beslissing werd uitgesproken op 14 juli 2011 door de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam, waarbij geen verdere voorziening openstaat.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.