ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8473
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken objectieve aanwijzing van partijdigheid rechter
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de voorzieningenrechter wegens vermeende partijdigheid bij de afwijzing van haar verzoek om aanhouding van de behandeling in een kort geding. Zij stelde dat haar fundamentele rechten, waaronder het recht op aanwezigheid bij de zitting, waren geschonden en dat de rechter met het woord 'kabaal' een negatieve lading gaf, wat de schijn van partijdigheid wekte.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk was voor zover het betrekking had op de dagbepaling van 1 augustus 2011, maar ontvankelijk voor de gang van zaken tijdens de zitting op 18 augustus 2011. De rechter had een belangenafweging gemaakt waarbij het belang van de man om contact met zijn kind op de verjaardag te hebben, zwaarder woog dan het belang van verzoekster om zelf aanwezig te zijn, mede omdat haar advocaat haar belangen kon behartigen.
De rechtbank stelde dat het gebruik van het woord 'kabaal' een feitelijke constatering was zonder waardeoordeel en dat geen objectieve aanwijzing bestond voor vooringenomenheid. Ook het bepaalde in artikel 6 EVRM Pro leidde niet tot het oordeel dat de rechter partijdig was. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet zoals die was op het moment van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectieve aanwijzingen van partijdigheid.