ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8462
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen stilzwijgende voortzetting arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd na tijdelijke contracten
Eiser trad op 20 oktober 2008 in dienst bij gedaagde met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden, met mogelijkheid tot twee verlengingen van telkens zes maanden. Na afloop van de tweede periode op 20 oktober 2009 zette eiser zijn werkzaamheden voort zonder dat er volgens hem een gesprek over verlenging had plaatsgevonden. Gedaagde stelde dat er wel een verlenging was besproken conform de gebruikelijke procedure binnen het bedrijf.
Eiser stelde dat de derde arbeidsovereenkomst stilzwijgend was verlengd, waardoor op grond van de toepasselijke CAO een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan. Gedaagde verweerde zich met verwijzing naar de schriftelijke bepalingen in de arbeidsovereenkomst en de gebruikelijke praktijk dat een contract voor onbepaalde tijd alleen schriftelijk door de directie wordt bevestigd.
De kantonrechter oordeelde dat niet met zekerheid vaststaat dat er vóór 20 oktober 2009 een gesprek heeft plaatsgevonden waarin een verlenging werd bevestigd. De gedragingen van gedaagde en de schriftelijke bepalingen maakten duidelijk dat een stilzwijgende verlenging tot een contract voor onbepaalde tijd niet aannemelijk was. Daarom werd de vordering van eiser afgewezen en werd hij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot erkenning van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.