ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8461
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- J.A.J. Peeters
- M.V. Ulrici
- C.W.M. Giesen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens onvoldoende grond voor vooringenomenheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die haar zaak behandelde, stellende dat de rechter vooringenomen was en onvoldoende kennis van het dossier had. Zij vreesde daardoor een nadelige beslissing omdat essentieel bewijsmateriaal buiten beschouwing zou worden gelaten.
De rechtbank oordeelde dat een rechter vrij is om tijdens een comparitie zijn voorlopige inzichten te delen en kritische vragen te stellen, hetgeen niet per definitie wijst op vooringenomenheid. De enkele indruk dat verzoekster zich daar niet prettig bij voelde, is onvoldoende om de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd te achten.
Ook al had de rechter zich mogelijk in enkele feiten vergist en werd hij door de griffier gecorrigeerd, dit leidt niet tot het oordeel dat de rechter onpartijdig zou zijn. Het wrakingsverzoek werd daarom als ongegrond afgewezen en de procedure werd voortgezet in de oorspronkelijke stand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.