ECLI:NL:RBAMS:2011:BU8403
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens niet-inschrijving leerplichtige zoon ondanks beroep op vrijstelling salafisme
De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 2 van Pro de Leerplichtwet 1969, omdat hij zijn leerplichtige zoon niet heeft ingeschreven op een school binnen een redelijke afstand van zijn woning in de periode van 1 november 2010 tot en met 15 februari 2011.
Verdachte had tijdig een kennisgeving gedaan van een beroep op vrijstelling op grond van overwegende bedenkingen tegen de richting van het onderwijs, gebaseerd op hun levensovertuiging, het salafisme. De rechtbank oordeelde echter dat deze bedenkingen niet concreet genoeg waren en niet voldeden aan de criteria van artikel 5 sub b van Pro de Leerplichtwet. Hierdoor kon verdachte niet worden ontslagen van de inschrijfplicht.
De rechtbank verwierp het verweer dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk was vanwege vermeende vormfouten en stelde vast dat het OM rechtmatig tot vervolging was overgegaan. Gelet op de ernst van de overtreding, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat het de eerste vervolging betrof, werd een geldboete van € 500,- opgelegd, waarvan € 250,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Vervangende hechtenis van 10 dagen werd opgelegd bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 500,- waarvan € 250,- voorwaardelijk wegens niet-inschrijving van zijn leerplichtige zoon ondanks beroep op vrijstelling.