ECLI:NL:RBAMS:2011:BU7799
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak zakkenrollerij en veroordeling voor overtreden tramverbod
Op 8 november 2011 heeft de politierechter van de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte. Hij werd verdacht van zakkenrollerij in een tram en het overtreden van een gebiedsontzegging (tramverbod). De politierechter oordeelde dat het bewijs voor het zakkenrollen onvoldoende was, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen van het slachtoffer en de verbalisant, en sprak verdachte vrij van dit feit.
Ten aanzien van het overtreden van het tramverbod, dat was opgelegd vanwege eerdere veroordelingen en het risico op herhaling, stelde het Openbaar Ministerie dat verdachte zich niet aan het verbod had gehouden. De verdediging betoogde dat de Wet personenvervoer 2000 geen wettelijke basis bood voor een langdurig tramverbod, maar dit werd door de politierechter verworpen op grond van de wetsgeschiedenis en parlementaire toelichting.
De politierechter achtte bewezen dat verdachte op 22 augustus 2011 het tramverbod had overtreden en veroordeelde hem tot een taakstraf van 40 uur met een vervangende hechtenis van 20 dagen bij niet-nakoming. De straf werd gematigd vanwege de vrijspraak van het zakkenrollen en het feit dat verdachte niet eerder onherroepelijk was veroordeeld voor overtreding van artikel 184 Sr Pro.
De uitspraak benadrukt het belang van de handhaving van de openbare orde in het openbaar vervoer en bevestigt de bevoegdheid van ambtenaren om langdurige gebiedsontzeggingen op te leggen ter preventie van overlast en criminaliteit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van zakkenrollerij en veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur voor het overtreden van een tramverbod.