ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5203
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.P. Geelhoed
- D. Radder
- H.J. Bunjes
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in ontnemingsvordering wegens niet-inwinbaarheid
De rechtbank Amsterdam behandelde op 21 april 2011 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van maximaal €62.368,59. De officier van justitie stelde zich niet-ontvankelijk omdat de ontneming niet inwinbaar zou zijn, mede doordat de veroordeelde in Rusland verblijft en niet naar Nederland zal komen. Daarnaast was er geen beslag gelegd en waren er slechte ervaringen met de Russische autoriteiten in de hoofdzaak.
De verdediging sloot zich hierbij aan en voerde aan dat de ontnemingsvordering ten onrechte niet op de dag van voltooiing van het strafrechtelijk financieel onderzoek was ingediend. De rechtbank interpreteerde de stelling van de officier van justitie als een verzoek om niet-ontvankelijkheid vanwege de oninbaarheid van de vordering en het ontbreken van nieuwe vorderingen.
Gezien deze omstandigheden verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering. Er is geen mogelijkheid tot verhaal van het bedrag en geen beslag als bedoeld in artikel 94 Sv Pro. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens oninbaarheid.