ECLI:NL:RBAMS:2011:BU4809
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot huurderschap wegens ontbreken duurzaam gemeenschappelijke huishouding
Eisers, een broer en zus met hun gezinnen, vorderden primair dat zij vanaf 7 juni 2011 huurders zouden zijn van een woning te Diemen, waar zij samen met een 88-jarige dame, geen familie, duurzaam zouden samenwonen. De gedaagde, verhuurder, verweerde zich onder meer met het argument dat eisers geen huisvestingsvergunning hadden, geen hoofdverblijf in de woning voerden en geen duurzaam gemeenschappelijke huishouding met de dame hadden.
De rechtbank stelde vast dat de dame sinds december 2009 woonde in de woning en dat eisers vanaf april/mei 2010 ingeschreven stonden op het adres. Wel was aannemelijk dat eisers betrokken waren bij de verzorging van de dame, die in april 2010 de woning naast de ouders van eisers betrok. Echter, de rechtbank oordeelde dat de eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij daadwerkelijk een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voerden met de dame en elkaar. De verzorging van de dame werd erkend, maar dit was niet gelijk te stellen aan het voeren van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
De vordering werd daarom afgewezen. In reconventie werd verklaard dat eisers zonder recht of titel in de woning verbleven en veroordeeld tot ontruiming en betaling van een gebruiksvergoeding. De ontruiming werd niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tevens werden eisers veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot huurderschap wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van gebruiksvergoeding.