ECLI:NL:RBAMS:2011:BU3332
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag na onvoldoende herplaatsingsinspanningen werkgever
De werknemer, in dienst sinds 1984 als inkoopster/administratief medewerkster, werd ontslagen wegens vermeende financiële problemen van de werkgever. De werkgever had een ontslagvergunning verkregen van het UWV, maar de werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat de reden voor het ontslag niet klopte en de gevolgen voor haar onevenredig zwaar waren.
De werknemer voerde aan dat haar functie niet daadwerkelijk was vervallen en dat haar werkzaamheden waren overgenomen door anderen, waaronder een nieuwe werknemer. Ook stelde zij dat de werkgever onvoldoende had gedaan om haar te herplaatsen binnen het bedrijf, bijvoorbeeld in een verkoopfunctie, en dat zij geen outplacement had aangeboden gekregen.
De werkgever betwistte deze stellingen en verwees naar haar slechte financiële situatie en het ontbreken van passende vacatures. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende inzicht had gegeven in de vervallen functie en onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van de werknemer, mede gezien haar leeftijd en beperkte arbeidsmarktpositie.
Daarom werd het ontslag als kennelijk onredelijk beoordeeld. De kantonrechter kende een schadevergoeding toe van € 26.970,55 bruto en een outplacementvergoeding van € 5.000,00. Tevens werd de reeds erkende dertiende maand toegekend met wettelijke verhoging en rente. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en outplacementvergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.