ECLI:NL:RBAMS:2011:BU3213
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kwalificatie overeenkomst distributeur kranten als opdrachtovereenkomst en afwijzing arbeidsovereenkomst
De eiser werkte sinds 2004 als distributeur van kranten voor de gedaagde, waarbij een schriftelijke overeenkomst werd gesloten die expliciet een opdrachtovereenkomst betrof. De eiser stelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst, onder meer vanwege loonbetaling en gezagsverhouding, en vorderde vernietiging van de opzegging en doorbetaling van loon.
De gedaagde betwistte dit en voerde aan dat de overeenkomst een opdrachtovereenkomst was, waarbij de eiser zich vrij kon laten vervangen en zelf krantenbezorgers inschakelde. De rechtbank onderzocht alle omstandigheden, waaronder de partijbedoeling, de wijze van loonbetaling, de vrijheid tot vervanging en het oordeel van UWV en fiscus.
Hoewel de loonbetaling leek te wijzen op een arbeidsovereenkomst, vond de rechtbank dat de overige omstandigheden, zoals het inschakelen van derden en de vrijheid tot vervanging, wezen op een opdrachtovereenkomst. Het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst werd ontkracht. De opzegging door de gedaagde was rechtsgeldig en de vorderingen van de eiser werden afgewezen.
De eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een integrale beoordeling van alle feiten en omstandigheden bij de kwalificatie van arbeidsrelaties.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat sprake is van een opdrachtovereenkomst en wijst de vorderingen van de eiser af.