ECLI:NL:RBAMS:2011:BU2999

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
CV11-22618
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 220 lid 1 RvArt. 220 lid 5 RvArt. 71 lid 5 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kantonrechter bij verknochte zaken en verwijzing rechtbank Alkmaar

De rechtbank Alkmaar verwees een civiele zaak naar de sector kanton van de rechtbank Amsterdam vanwege verknochtheid met een andere zaak. Gedaagde stelde een incidentele exceptie van onbevoegdheid in omdat de vordering te hoog zou zijn voor de kantonrechter. De kantonrechter oordeelde dat volgens artikel 220 lid 1 Rv Pro de rechtbank Alkmaar eerst naar de sector civiel had moeten verwijzen, die vervolgens had moeten beoordelen of de zaak naar de kantonrechter moest.

De rechtbank Alkmaar koos echter op proceseconomische gronden voor directe verwijzing naar de kantonrechter, en gedaagde stelde hiertegen geen hoger beroep in. De kantonrechter achtte zich gebonden aan deze verwijzing, analoog aan artikel 71 lid 5 Rv Pro, en wees de exceptie van onbevoegdheid af.

De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van de proceskosten van €350 en verklaarde dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De zaak werd verwezen naar de zitting van 28 oktober 2011 voor verdere behandeling.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd en wijst de exceptie van onbevoegdheid af.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector Kanton
Locatie Amsterdam
Rolnummer: 1265486 CV EXPL 11-22618
Vonnis van: 14 oktober 2011 (bij vervroeging)
F.no.: 472
Vonnis in het incident van de kantonrechter
I n z a k e
[eiseres]
gevestigd te Medemblik
eiseres
gemachtigde: mr. D. van de Klomp
t e g e n
[gedaagde]
wonende te Medemblik
gedaagde
gemachtigde: mr. G.M. Terlingen
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
De volgende processtukken zijn ingediend:
Bij vonnis van 1 juni 2011 heeft de rechtbank Alkmaar de zaak, in de stand waarin zij zich bevindt, verwezen naar de rechtbank Amsterdam, sector kanton. De zaak is gevoegd met de bij de rechtbank Amsterdam, sector kanton aanhangige zaak met rolnummer CV 11-1042 tussen eiseres en [naam ]. Bij exploot van oproeping van 29 juni 2011 is gedaagde opgeroepen om voort te procederen.
Gedaagde heeft een incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid ingediend. Eiseres heeft een conclusie van antwoord in het incident genomen.
Daarna is in het incident vonnis bepaald op heden.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
In het incident
1. Gedaagde stelt dat hij als klant van eiseres, samen met de werkneemster van eiseres, [naam ], is aangehouden in het café van eiseres wegens handel in harddrugs. De horeca- en drankvergunning van eiseres is ingetrokken voor een periode van 12 maanden. Eiseres houdt gedaagde en haar ex-werkneemster [naam ] aansprakelijk voor de dientengevolge door haar geleden schade ten bedrage van
€ 108.626,67.
Gedaagde heeft ten aanzien van de bevoegdheid van de kantonrechter opgeworpen dat vanwege de hoogte van de tegen hem ingestelde vordering tot schadevergoeding deze niet behoort tot de competentie van de kantonrechter en evenmin kan worden aangemerkt als aardzaak.
2. Eiseres verweert zich en stelt dat de bevoegdheid van de kantonrechter volgt uit het bepaalde in artikel 220 lid 5 Rv Pro. De rechtbank Alkmaar heeft geoordeeld dat de zaken van gedaagde en [naam ] zodanig verknocht zijn dat gezamenlijke behandeling is vereist en de zaak van gedaagde daartoe verwezen naar de kantonrechter te Amsterdam, alwaar de zaak tegen [naam ] dient. Ondanks dat de mogelijkheid van hoger beroep tegen die beslissing uitdrukkelijk is opengesteld, heeft gedaagde in de uitspraak berust en is daaraan gebonden. De bevoegdheid van de kantonrechter is daarmee gegeven, aldus eiseres.
3. Geoordeeld wordt als volgt.
Ingevolge de bewoordingen van artikel 220 lid 1 Rv Pro had de rechtbank Alkmaar de zaak dienen te verwijzen naar de sector civiel van de rechtbank Amsterdam. Deze sector had vervolgens moeten oordelen over de vraag of de zaak tegen gedaagde wegens verknochtheid had moeten worden verwezen naar de sector kanton, alwaar de zaak tegen [naam ] dient. De rechtbank Alkmaar heeft zulks onderkend, doch overwogen dat een doelmatige procesvoering noopte tot het toestaan van de gevorderde directe verwijzing naar de kantonrechter te Amsterdam. Tegen die beslissing heeft gedaagde geen hoger beroep ingesteld.
De kantonrechter acht zich, naar analogie van het bepaalde in artikel 71 lid 5 Rv Pro, aan de verwijzing gebonden. De vordering in het incident wordt daarom afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van het incident.
BESLISSING
De kantonrechter:
in het incident
I. verklaart de kantonrechter bevoegd;
II. veroordeelt gedaagde in de kosten van het incident aan de zijde van eiseres begroot op € 350,00;
III. verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
IV. verwijst de zaak naar de terechtzitting van de kantonrechter van 28 oktober 2011 om voort te procederen.
Aldus gewezen door mr. C.M. Berkhout, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.