ECLI:NL:RBAMS:2011:BT8386
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Te geringe capaciteit van koelsysteem in gehuurde woonruimte vormt gebrek
Eiser huurt sinds september 2006 een woning in een recent gebouwd complex met een hoge huurprijs. De woning is voorzien van een koelinstallatie die volgens verhuurder slechts de binnentemperatuur met 1 à 2 graden kan verlagen. Eiser stelt dat hij bij het aangaan van de huurovereenkomst mocht verwachten dat de koelinstallatie een temperatuursverlaging van 4 à 5 graden zou kunnen realiseren en dat het gebrek aan deze capaciteit een gebrek vormt. Daarnaast klaagt eiser over stankoverlast die pas in januari 2011 definitief is verholpen.
De kantonrechter stelt vast dat de woning vanwege ligging en grote glasgevels extra koeling behoeft en dat de huurprijs een hoger wooncomfort verwacht mag worden. De beperkte capaciteit van de koelinstallatie is niet expliciet vermeld en voldoet niet aan de redelijke verwachtingen van een huurder in dit marktsegment. De beperkte koeling vormt daarom een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW Pro.
Ook de stankoverlast wordt als een gebrek aangemerkt, aangezien deze het huurgenot aanzienlijk heeft verminderd gedurende de periode van juni 2007 tot januari 2011. De kantonrechter bepaalt een redelijke huurprijsverlaging van 5% tot 10% over verschillende perioden vanwege deze gebreken. Eiser krijgt de gelegenheid om een specificatie van de gevorderde huurprijsvermindering te overleggen. De zaak wordt aangehouden voor nadere informatie en een voorstel voor herstel van het gebrek.
Uitkomst: De kantonrechter erkent het gebrek aan voldoende koelcapaciteit en stankoverlast, wijst een redelijke huurprijsverlaging toe en houdt de zaak aan voor nadere afhandeling.