ECLI:NL:RBAMS:2011:BT7377
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onheuse bejegening en discriminatie werknemer
De zaak betreft een verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds 1979 in dienst is. De werkgever verwijt de werknemer herhaaldelijk onheuse bejegening en discriminatoire uitlatingen, waaronder een ernstig incident in maart 2011. Ondanks meerdere waarschuwingen bleef de werknemer zich ongepast gedragen.
De werknemer erkent incidenten maar ontkent discriminatoire intenties en wijst op onrechtvaardigheden en onopgeloste conflicten op de werkvloer. Tevens is gebleken dat de werknemer zwakbegaafd is en dat het werk hem structuur en sociale contacten biedt. De werkgever hanteert een preventief en curatief beleid tegen ongewenst gedrag, maar heeft dit niet volledig toegepast in deze zaak.
De kantonrechter weegt de ernst van de gedragingen af tegen de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, waaronder zijn lange dienstverband, leeftijd en intellectuele beperkingen. Gelet hierop en het ontbreken van een adequaat preventief beleid, wordt geconcludeerd dat er geen dringende reden is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter wijst het verzoek af en veroordeelt de werkgever in de proceskosten. De werknemer wordt aangespoord zijn gedrag te verbeteren en de werkgever wordt geacht het preventieve beleid beter vorm te geven in overleg met de werknemer en diens hulpverleners.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege onvoldoende gewichtige reden.