ECLI:NL:RBAMS:2011:BT7164
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking WAO-uitkering wegens vermeende onttrekking aan strafuitvoering
Verzoeker ontving een WAO-uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid vanwege psychische klachten. Verweerder beëindigde de uitkering per 1 augustus 2011 omdat verzoeker zich zou onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een door justitie opgelegde straf. Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat hem niets bekend was over een omzetting van een taakstraf in gevangenisstraf en dat hij niet geïnformeerd was over de vermeende onttrekking.
De voorzieningenrechter overwoog dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht naar de feiten en omstandigheden rondom de vermeende onttrekking. Verweerder baseerde het besluit uitsluitend op een lijst van het Ministerie van Justitie zonder nadere verificatie of communicatie met verzoeker. Dit was in strijd met de zorgvuldigheidsplicht en de bewijslast lag bij verweerder.
De rechter oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang had bij een voorlopige voorziening omdat hij zonder inkomen zat en de voorgestelde oplossing van verweerder onpraktisch was. De intrekking van de uitkering werd geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt geschorst wegens onvoldoende onderzoek naar onttrekking aan strafuitvoering.