ECLI:NL:RBAMS:2011:BT7067
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verrekening van niet-gewerkte uren met vakantiedagen in arbeidsrelatie
In deze civiele zaak tussen eiseres en haar voormalige werkgever staat centraal of niet-gewerkte uren in verband met een geschil over arbeidsongeschiktheid achteraf als vakantiedagen mogen worden aangemerkt. Eiseres was volgens het deskundigenoordeel van het UWV gedeeltelijk arbeidsongeschikt tot 11 februari 2008 en daarna volledig arbeidsgeschikt. Eiseres betwistte dit, maar de kantonrechter volgde het UWV-standpunt vanwege het ontbreken van objectieve gronden om daaraan te twijfelen.
De werkgever had de niet-gewerkte uren tussen december 2007 en maart 2008 verrekend met het vakantiesaldo van eiseres, gesteund op een CAO-bepaling. De kantonrechter oordeelde dat het aanmerken van deze uren als vakantiedagen niet per definitie onverenigbaar is met de recuperatiefunctie van vakantie, maar dat de werkgever niet heeft voldaan aan de waarschuwingsplicht van artikel 7:629 lid 7 BW Pro.
Deze bepaling vereist dat de werknemer onverwijld wordt geïnformeerd zodra de werkgever een vermoeden heeft dat het loon kan worden opgeschort of gestopt, zodat de werknemer zijn gedrag kan aanpassen. Omdat eiseres niet vooraf is gewaarschuwd en het verrekenen van uren met vakantiedagen materieel neerkomt op loonstopzetting, was de verrekening onrechtmatig. De kantonrechter verklaarde daarom het vakantiesaldo van eiseres onverminderd en wees overige vorderingen af. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De verrekening van niet-gewerkte uren met vakantiedagen zonder voorafgaande waarschuwing is onrechtmatig verklaard en het vakantiesaldo blijft onverminderd.