ECLI:NL:RBAMS:2011:BT6380
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring bij RSI-diagnose en werkgerelateerde klachten
In deze zaak stond centraal of de vordering van eiser wegens RSI-klachten verjaard was. Uit getuigenverklaringen en stukken bleek dat eiser reeds in 1998 en uiterlijk in april 1999 bekend was met de diagnose RSI en de werkgerelateerde oorzaak van zijn klachten. Dit betekende dat de verjaringstermijn van vijf jaar was gaan lopen.
De rechtbank nam het bewijs van drie getuigen, waaronder een organisatieadviseur, een revalidatiearts en een orthopedisch arts, die verklaringen aflegden waaruit bleek dat eiser tijdens functioneringsgesprekken en medische consulten op de hoogte was gebracht van de diagnose RSI en de relatie met zijn werk.
Gezien de aansprakelijkheidsstelling pas in mei 2004 plaatsvond, was de vordering op dat moment reeds verjaard. De rechtbank oordeelde dat de omvang of blijvendheid van de schade niet relevant is voor het aanvangsmoment van de verjaring. De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens verjaring omdat eiser reeds jaren voor aansprakelijkheidsstelling bekend was met de diagnose RSI en de werkgerelateerde oorzaak.