ECLI:NL:RBAMS:2011:BT2715
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering wegens drugssmokkel ondanks verweer dubbele strafbaarheid en artikel 12 OLW
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot overlevering van een persoon aan Frankrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) voor drugssmokkel. De opgeëiste persoon werd verdacht van het vervoeren van 234 gram heroïne vanuit Brussel naar Compiègne. De verdediging voerde aan dat niet voldaan was aan de dubbele strafbaarheid en dat het vonnis verstekvonnis was zonder juiste vertegenwoordiging, waardoor overlevering geweigerd zou moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het feitencomplex een lijstfeit betreft waarvoor geen onderzoek naar dubbele strafbaarheid vereist is. Tevens concludeerde zij dat het vonnis niet onherroepelijk is, omdat het nog betekend moet worden en de opgeëiste persoon de mogelijkheid heeft om rechtsmiddelen in te stellen. De verdediging kon daardoor geen beroep doen op artikel 12 OLW Pro.
Verder verwierp de rechtbank het verweer dat overlevering zou leiden tot een flagrante schending van fundamentele rechten, omdat de belangen van openbare veiligheid en gezondheid zwaarder wegen. De rechtbank stond daarom de overlevering toe, waarbij het resterende deel van de straf nog drie jaar, twee maanden en veertien dagen bedraagt.
De uitspraak werd gedaan door mr. C.W. Bianchi, mrs. J.W. Vriethoff en T.B. Trotman op 23 september 2011. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Frankrijk toe voor drugssmokkel ondanks verweren over dubbele strafbaarheid en artikel 12 OLW.