ECLI:NL:RBAMS:2011:BT2068
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs en vormverzuim bij kraakzaak woning Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het wederrechtelijk binnendringen in een woning aan de A-straat te Amsterdam in de periode van 8 maart tot 9 april 2009. De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder de onrechtmatigheid van het binnentreden, het ontbreken van een machtiging, schending van het huisrecht en het recht op een tolk.
De rechtbank oordeelde dat het wederrechtelijk binnendringen geen voortdurend delict is en dat de politie ten onrechte zonder machtiging de woning betrad. Dit vormverzuim werd echter niet met rechtsgevolgen verbonden omdat verdachte geen huisrecht had in het pand. Verder werd geoordeeld dat het recht op consultatie en tolk niet was geschonden en dat de aanhouding rechtmatig was vanwege een redelijk vermoeden van schuld.
Het bewijs dat verdachte op 8 maart 2009 in het pand aanwezig was, was onvoldoende wettig en overtuigend. Ook ontbrak een vordering van de rechthebbende om het pand te verlaten. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van de ten laste gelegde feiten.
De beslissing werd genomen door mr. J. Knol, voorzitter, en mrs. M.A.H. van Dalen-van Bekkum en M. Vaandrager, rechters, op 12 september 2011.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en vormverzuim zonder rechtsgevolg.