ECLI:NL:RBAMS:2011:BS8882
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op inkomensvoorziening zonder werkleeraanbod op grond van de Wet investeren in jongeren
Eiser, een 26-jarige alleenstaande man met een verblijfsvergunning, volgde een deeltijdstudie aan de Hogeschool van Amsterdam, bekostigd uit ’s Rijks kas. Hij vroeg een inkomensvoorziening aan op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ), maar deze werd afgewezen omdat hij geen recht had op een werkleeraanbod, een voorwaarde voor het verkrijgen van een inkomensvoorziening.
De rechtbank behandelde het beroep tegen deze afwijzing en overwoog dat volgens artikel 23 van Pro de WIJ jongeren die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgen geen recht hebben op een werkleeraanbod. Omdat het recht op een inkomensvoorziening gekoppeld is aan het recht op een werkleeraanbod, bestaat er ook geen recht op een inkomensvoorziening in deze situatie.
Eiser stelde dat een werkleeraanbod geen voorwaarde is voor een inkomensvoorziening en verwees naar jurisprudentie die dat zou ondersteunen. De rechtbank verwierp dit en benadrukte dat de wetgever de koppeling tussen werkleeraanbod en inkomensvoorziening expliciet heeft geregeld. Ook het argument dat deeltijdstudenten geen studiefinanciering ontvangen en daardoor een hiaat in de wetgeving bestaat, leidde niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat verweerder desondanks vrij staat om eiser hulp te bieden bij het vinden van werk passend bij zijn opleiding. Er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een inkomensvoorziening wordt ongegrond verklaard.