ECLI:NL:RBAMS:2011:BR7056
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Biller
- Rechtspraak.nl
Verlenging en schorsing overleveringsdetentie wegens overmacht en belangenafweging
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot verlenging van de overleveringsdetentie van een verdachte die wordt uitgezeten in Nederland en wordt verdacht van het gebruik van valse paspoorten en aliassen. De verdachte bezit geen Nederlandse nationaliteit en verblijft in een penitentiaire inrichting te Zwaag. De officier van justitie vorderde verlenging van de detentie omdat overlevering aan het Verenigd Koninkrijk niet mogelijk is zolang er een strafzaak in Nederland loopt, en een voorlopige terbeschikkingstelling volgens Britse wetgeving niet mogelijk is, wat een situatie van overmacht creëert.
De raadsman van de verdachte voerde aan dat verlenging niet mogelijk is omdat de situatie niet aan de Nederlandse zijde ligt, en dat de reeds doorlopen detentie van 19 maanden disproportioneel is en strijdig met artikel 5 EVRM Pro. De officier van justitie betoogde dat de Britse wetgeving een voorlopige terbeschikkingstelling uitsluit en dat de te verwachten straf in het Verenigd Koninkrijk hoger is dan de tijd die de verdachte in detentie heeft doorgebracht.
De rechtbank oordeelde dat de gevangenneming verlengd wordt met dertig dagen wegens overmacht. Tegelijkertijd erkende de rechtbank dat de detentie niet onnodig lang mag duren volgens artikel 5 EVRM Pro en dat bijna twintig maanden detentie een omslagpunt vormen waarbij het belang van de verdachte om in vrijheid de feitelijke overlevering af te wachten zwaarder weegt dan het belang van het Verenigd Koninkrijk om hem in detentie te houden.
Daarom beveelt de rechtbank de schorsing van de overleveringsdetentie onder strikte voorwaarden, waaronder het inleveren van reisdocumenten, verblijven op een vast adres, meldingsplicht en het niet verlaten van Nederland. Deze voorwaarden zijn bedoeld om het vluchtgevaar te beperken totdat de feitelijke overlevering kan plaatsvinden.
Uitkomst: De gevangenneming wordt verlengd met dertig dagen en de overleveringsdetentie wordt geschorst onder strikte voorwaarden.